Posts tonen met het label ontmoeting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontmoeting. Alle posts tonen

woensdag 27 juni 2012

Wachtkamergedoe

Sinds lange tijd ben ik met lopen afhankelijk van een orthese. In de volksmond wordt de term 'beugel' gebruikt. Iedere morgen verdwijnt mijn hele linkerbeen in leer, gekleurde koolstof, metaal, opgeleukt met een kleurige binnenvoering. Het is een deel van mijn garderobe geworden. Met als enig verschil dat ik 2 jaar lang met dezelfde mag doen. Van de verzekering. Zo'n orthese is niet te betalen. Dus bij ieder outfitje een ander kleurtje, dat zit er niet in. Zou ik ook niet willen. Na het douchen op de rand van het bed ook nog kiezen welke kleur beugel het vandaag gaat worden, daar kijk ik niet naar uit. Het is noodzakelijk kwaad. De regels die ik er zojuist over schreef, nemen al meer tijd in beslag dan ik er gemiddeld per dag mee bezig ben. Hier geldt zeker: blik op oneindig, verstand op nul.

Afgelopen mei ontving ik mijn allernieuwste exemplaar. Mijn instrumentmaker is zo bekend met mij (en met mijn been), dat het aanmeten, passen en opleveren nauwelijks sneller kan.
Het aanmeten gebeurt door middel van het maken van een gipsmodel. Minder dan een half uurtje per 2 jaar in het gips. Voordat het materiaal hard wordt, er weer uit.
Daar wordt een mal van gemaakt, dat als model moet dienen bij de fabricage. Het is dus geen confectie (dat denken ze bij de ziektenkostenverzekering), maar op-maat-gemaakt. Mijn instrumentmaker komt iedere 14 dagen naar het AMC, waar hij spreekuur houdt, gipst en na 14 dagen het model laat passen, om te zien of hij op de goede weg zit. Als alles oké lijkt, duurt het weer 14 dagen voor de oplevering.

Omdat de instrumentmaker ervaren is, is het in de meeste gevallen passen en direct opleveren en na een dag of 2 voelt het alsof ik al maanden met de nieuwe beugel loop. Schoenen inlopen kost mij meer tijd. Dat komt vast door dat het confectiemodellen zijn.

Afgelopen zondag ontdekte ik een scheurtje in het materiaal. Nooit eerder ontdekte ik een mankement aan de beugel; al helemaal niet zo snel na de oplevering.
Maandag heb ik het nogeens goed bestudeerd en wist niet of ik mij nou zorgen moest maken en er naar laten kijken, of dat ik het lot zou tarten. Ik telde de weken na de oplevering en ontdekte dat deze dinsdagmiddag een spreekuur gehouden zou worden door de instrumentmaker. Maar ja, dan is hij er wel en ik zou er ook kunnen zijn, maar dan hebben we nog niet een moment samen. Na wat heen en weer getelefoneer, kon ik, voordat het spreekuur zou beginnen, de instrumentmaker aan zijn jasje trekken. Hij zou er tegen half twaalf zijn. Gelukkig staat het AMC bijna bij mij in de achtertuin, dus hoppetee, op pad.

Ik was ruim op tijd. Maar waar was de instrumentmaker?

Gewapend met een flesje water en een boek (Sex, blogs & rock-'n-roll van Ernst-Jan Pfauth) nam ik plaats in de inmens-grote wachtkamer van de polikliniek. Daar bracht ik ruim 2 uur wachtend door en dan gebeurt er altijd wel wat.
Het verschilt enorm, de ene keer van de andere. Soms is het een komen en gaan van mensen, zonder dat er één woord gewisseld wordt. Ander keren is het een gezelligheid van jewelste. Dan lijkt het alsof de afspraken met bekende lotgenoten gepland staan voor dezelfde ochtend of middag. Dan hebben we helemaal geen tijd om naar onze afspraak te gaan. Het gebeurt regelmatig dat ik mijn dagboek meeneem en in een wat rustiger hoekje ga zitten schrijven. Genoeg inspiratie.

Deze afgelopen dinsdag nam er een man met zijn begeleider plaats in hetzelfde hoekje als waar ik zat te lezen. De man had een erg verdragende stem. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. Als er dan nog iets interessants te vertellen was... Maar deze man bekritiseerde iedereen. Op een nare manier.

Het was niet voor niets geweest: het materiaal is niet wat het had moeten zijn. Volgens de instrumentmaker komt het nauwelijks voor, dat al zo snel er scheurtjes optreden in het koolstof. De beugel liet ik achter en wacht nu af, wat de volgende stap gaat worden. Gelukkig had ik mijn vorige beugel nog even reserve gehouden.

Een volgende keer bericht ik over een experimentele beugel met meedenkende knie.

- gebruik gemaakt van BlogPress voor iPad

zondag 27 november 2011

Nieuwsgierigheid-luikjes

Vorige week zaterdag woonde ik een symposiumdag bij in de Moses en Aäronkerk, aan het Waterlooplein in Amsterdam. De dag stond in het teken van Etty Hillesum.

bron foto: Simone Nijboer
Her programma startte met de lezing van Denise de Costa. Ondanks dat ik de dagboeken van Etty meerdere malen had gelezen - soms zelfs doorgeworsteld - kreeg ik weer andere informatie dan ik tot dan toe had 'verzameld'. Ik weet dat het zo werkt: ik ben voorzichtig met iets bezig en op een onverwacht moment hoor of lees ik een tekst, of soms een enkel woord, en dan lijkt het alsof er ineens een puzzelstukje uit een verlorengewaande puzzel neerdwarrelt. En dan later valt er weer een. Ik leg ze op een mooi plekje op mijn werktafel voor later. Ineens is het later, want die puzzelstukjes hopen zich op, zodanig, dat ik er niet meer omheen kan of overheen kan stappen. Dan MOET ik er iets mee. Wat? Geen idee.

Zo vind ik (ik zoek niet) voorzichtig de rust, de stilte achter mijn gedachten. Door te schrijven in mijn papieren dagboek, maar meer nog door het mediteren. Complete leegte. Slechts luttele seconden, maar ik werk eraan om dat uit te breiden. Het houdt mij staande in de woelige wereld waarin ik mij bevind.

Terug naar de lezing. Denise vertelde over haar 'ontmoeting' met Etty. Via de dagboeken van Anne Frank, kwam zij op het spoor van Etty's schrijfsels. De dagboeken van deze beide vrouwen, de ene nog heel jong, de ander al iets ouder, heeft Denise naast elkaar gelegd. Zij keek naar de verschillen en de overeenkomsten.

Allebei joods. Allebei in de ban van de oorlog. Allebei schreven zij in hun dagboeken. Allebei in Westerbork terecht gekomen en gedeporteerd. Allebei de oorlog niet overleefd. Dat zijn in grote lijnen de overeenkomsten. Verder een groot verschil: de ene onderdoken in het Achterhuis, de ander weigerde onder te duiken. Er zijn nog meer verschillen.
Het resultaat van dit onderzoek is weergegeven het boek: "Anne Frank en Etty Hillesum, Spiritualiteit, schrijverschap en sexualiteit." - Densie de Costa - Uitg. Balans 1996.

Nu weer terug naar mij: in de lezing van Denise kwam een citaat naar voren die precies aansloot bij dat waar ik in real life zo mee bezig ben: Stilte vinden. Rust en stilte. Mijn hoofd en lijf heeft daar kennelijk heel veel behoefte aan. Sinds vorige week zaterdag zijn er nieuwsgierigheid-luikjes geopend en wandelt Etty mijn hoofd in en uit. Haar Verzamelde Geschiften ligt dagelijks open op een andere pagina. Een pagina die ik lees, doorworstel omdat God in mijn beleving wel een hele grote en zware rol speelt in haar dagboekschrijfsels.

Misschien moet ik daar wel iets mee, met weerstand dat opkomt zodra ik het lees en me daar soms heel ongemakkelijk bij voel... Ooit. Als ik eraan toe ben. Tot die tijd, laat ik mij leiden door alinea's en woorden van Etty en vind ik rust en stilte.

woensdag 23 maart 2011

De brief

Eerder schreef een postje (klik) over een brief die onderweg is naar mij toe. En eerlijk gezegd was het een beetje naar de achtergrond verdwenen. Er was inmiddels al weer zoveel gebeurd.

Tot vandaag.

Vandaag, op de derde lentedag-op-rij, bracht de postbode de felbegeerde brief. Ik kwam net terug van een korte wandeling en zag bij het openen van de voordeur, de post op de mat liggen. Tussen enkele bankafschriften en een rekening zat een brief.

Een brief van ver. Uit een ver en warm land.

De postzegel was een niet-Nederlandse. Ik herkende het handschrift niet. Aan de poststempel kon ik opmaken, dat de brief een paar dagen onderweg is geweest. In eerste instantie wilde ik de enveloppe openscheuren - wie schrijft mij nu uit den vreemde? - maar op tijd realiseerde ik me: deze rijk-versierde enveloppe wil graag in rust en met beleid geopend worden.

Ik dwong mijzelf eerst mijn jas uit te trekken en deze aan de kapstok te hangen. Ik nam de post en mijn tas mee naar de keuken, waar ik de enveloppe een klein stukje opende. Even wachten, daar hoort thee bij. De waterkoker vulde ik met water, zette hem op de houder en zette alles klaar om thee te zetten. Ik probeerde het handschrift te plaatsen, helaas.

Eindelijk kon ik de enveloppe openen. Verbeeldde ik het me? Rook ik kruiden en een lentelucht uit een ander land? Er schoten allerlei beelden door mijn hoofd: ik sloot even mijn ogen. Een comfortabele woning op een heuvel, uitzicht op een vallei waarover een lentesluier hing en iets verderop een brede rivier, meanderend door het landschap. De zon scheen volop, de lucht is hei-ig naar de horizon toe. Ik zag narcissen en wilde blauwe druifjes, een bloeiende prunus. Ik hoorde de vogels kwetteren, er blafte een jonge hond. Ik hoorde glasgerinkel, een fles die ontkurkt werd, het inschenken van een glas.

Inmiddels kookte het water voor de thee in mijn keuken. Tijd voor mijn thee en mijn brief. De brief die van ver kwam en een tijdje onderweg is geweest om mij te bereiken.

vrijdag 21 januari 2011

Afscheid

Is het mogelijk afscheid te nemen van iemand die je nog nooit hebt ontmoet? En waarbij je zo intens verdrietig kunt zijn?
Vanmiddag heb ik ervaren dat dat kan.

Een paar maanden geleden pakte ik mijn levenswerk-bij-tijd-en-wijle weer eens op. Een werk waar ik al jaren mee bezig ben, maar waar ik niet altijd mee aan de gang ben. Afgelopen augustus kwam ik via een social network in contact met achternaamgenoot E. Ik vroeg hem 'familie'-gegevens uit te wisselen. E. bracht mij al snel in contact met zijn vader H. En met H. kon ik aan de slag. Hij stuurde mij gegevens door, die hij zelf ooit toegestuurd had gekregen. Waardevolle - nog ontbrekende - gegevens welke ik kon inkloppen in mijn steeds groeiende database. Ik ben zo ver mogelijk teruggegaan in de tijd en vandaar uit, zoek ik alle nazaten. Mijn overtuiging is: wij zijn één grote familie, ook al kennen wij elkaar niet.
Ik puzzelde een tijdje, plakte kinderen aan ouders, vulde kinderscharen aan bij gevonden ouders, ontdekte familiaire linken; kortom ik was heerlijk bezig. Ik genereerde een enorme hoeveelheid tekst en mailde H., dat ik als ik in de buurt zou zijn, ik hem graag wilde ontmoeten en hem mijn gegevens zou geven. "Je bent altijd welkom", mailde hij mij nog.
Helaas werd mijn aandacht opgeslokt door werk, ouders, kinderen en kleinkinderen en dat maakte dat ik hem de enveloppe over de post toestuurde. Met de opmerking dat ik, als H. zich door alle tekst had heen gewerkt, ik hem alsnog zou opzoeken en bij een kop koffie kennis met hem zou maken.

Eergisteren viel er een rouwkaart in mijn brievenbus. H. is vorige week plotseling overleden en volgens de kaart zou het afscheid vanmiddag plaatsvinden.

Vanmiddag kon ik de laatste eer bewijzen aan H., terwijl ik hem nog nooit ontmoet had. Mijn gevoelens waren dubbel. Had ik er iets te zoeken? Wat is mijn - achterliggende - reden om te gaan? Ik merkte dat hoofd en hart in een geschil terecht waren gekomen. Ik luisterde naar mijn hart en ik ging. Mijn hoofd ging pruttelend mee. In de aula nam ik plaats, luisterend naar de woorden die gesproken werden en de muziek die aangeboden werd. Bij 'Ne me quitte pas' van Jacques Brel liepen bij mij de tranen over de wangen.
Achter mij hoorde ik iemand zeggen: "Zij komen oorspronkelijk uit Betondorp." En dat was vroeger bij mij in de buurt. Wat is de wereld klein! Ik dacht aan een vorig postje over een parallel universum. Ik had H. zomaar tegen het lijf kunnen lopen.

Ik sloot achteraan de lange rij wachtenden. Het duurde even voor ik E. en zijn moeder M. kon condoleren en ik stelde mij voor. Herkenning! Ik stelde de vraag en gaf gelijk het antwoord: "Kan je afscheid nemen van iemand die je nog nooit hebt ontmoet? Jazeker." Ik vertelde dat ik het erg op prijs stel een kaart te hebben mogen ontvangen.

Kleinzoon B. legde mij uit dat hij de zoon van de dochter van zijn Opa is. Ik vertelde hem dat ook wij familie zijn, heel ver weg, en dat ik dat een andere keer wellicht hem zou uitleggen hoe dat in elkaar zit. M. nodigde me uit om de kop koffie te komen drinken: ik blijf welkom.